14 tips om succesvol zaden te kweken

Hieronder vind je veertien tips om zelf succesvol zaden te kweken en te oogsten. In een zadenbib kan je daarvoor zaden ontlenen en nadien ook weer binnenbrengen.

Zaden kweken

Kies dit type planten om zaad van te oogsten:

  • Oogst enkel zaden van grote en gezonde planten. Zo krijgt u een sterk nageslacht.
  • Oogst van meerdere vruchten en planten. Zo vermijdt u inteelt en blijven de nakomelingen steeds sterk.
  • Kies voor zaadvaste rassen. Deze zijn op een natuurlijke manier vermeerderd. Oogst nooit zaden van hybriden (F1). De toevoeging F1 of hybride staat steeds bij de naam van de plant of zaden vermeld. Zulke variëteiten bevatten eigenschappen om een sterke plant te maken. Die sterke eigenschappen gaan echter verloren bij de nakomelingen, waardoor die terug zwakker zijn.
  • Vermijd kruisbestuiving.
    Verschillende variëteiten van een zelfde soort, zoals de courgette en de pompoen of de bloemkool en de spruit, kunnen elkaar bestuiven. Dat heet kruisbestuiving. Hun nakomeling zullen een kruising van beide variëteiten zijn. Planten zijn van een zelfde soort wanneer zowel het eerste als het tweede deel van de wetenschappelijke naam gelijk zijn.

Kruisbestuiving kan je op deze manieren tegengaan:

  • Isolatie in ruimte: plaats kruisbestuivers niet te dicht bij elkaar. Windbestuivers kunnen bestuiven tot drie kilometer in de omtrek, insektenbestuivers tot gemiddeld één kilometer in de omtrek. Hou rekening met deze afstanden.
  • Isolatie in tijd: zorg ervoor dat kruisbestuivende planten niet op hetzelfde moment in bloei komen. Zaai bijvoorbeeld rode bieten op een ander moment dan snijbiet, of zorg er voor dat een van deze rassen niet in bloei komt.
  • Fysieke isolatie: plaats een zak of kooi rond de plant(en). Dit werkt enkel voor planten die door insecten bestoven worden, bijvoorbeeld kolen, wortelen, prei.
    ​Kruisbestuiving kan je vermijden door met de hand te bestuiven en de bloemen daarna af te schermen voor natuurlijke bestuiving. Dit doe je bijvoorbeeld door ze met plakband of gaas af te schermen van insecten. Label de handbestoven vruchten zodat je later weet van welke vrucht je zaad kan oogsten.

Wanneer kan je best zaden oogsten?

  • Oogst zaden op droge, zonnige dagen wanneer de planten goed droog zijn.
  • Je kan de zaden oogsten, van zodra ze beginnen te drogen aan de plant. Je merkt dit als de zaden beginnen te verkleuren. Om zeker te zijn dat zaad rijp is, kan je het tussen uw nagels nemen. Als het breekt of wegschiet, is het rijp.
  • Oogst zaad in het juiste jaar. Eenjarige planten (bijvoorbeeld sla, spinazie, bonen, erwten, tomaat) vormen zaad in het jaar waarin ze gezaaid worden. Tweejarige planten (bijvoorbeeld wortel, biet, pastinaak, kolen) krijgen het eerste jaar vruchten en vormen pas het jaar nadien zaad. Deze planten moeten overwinteren als u er zaad van wilt oogsten. Dit kan op een koele plek met stabiele temperatuur, bijvoorbeeld in de kelder. In het voorjaar plant je ze terug. In het tweede jaar produceren ze dan zaad. Als een tweejarige plant toch al in het eerste jaar tot bloei zou komen, oogst je dit zaad beter niet. De planten die hieruit groeien zullen waarschijnlijk snelle schieters zijn en weinig opbrengst geven.

Zo bewaar je de zaden het best:

  • Bij sommige planten kan je het kaf (plant) en koren (zaad) heel eenvoudig scheiden, bij andere is dat zeer arbeidsintensief. (Keuken)zeven, de wind en je handen komen hierbij van pas. De meeste zaden kunnen wel tegen een stootje. Om te oogsten kneus je de planten met je handen of een zwaar voorwerp. Je doet dit bijvoorbeeld door de plantdelen met de zaden in een zak te doen die je dan kneust met een deegrol. Met een zeef kan je het kaf van het koren scheiden wanneer de grootte van beide verschillend is.
  • Ook de wind kan je helpen om de fijnere plantdelen te scheiden van de zaden. Laat de zaden van een hoogte in een emmer vallen, de lichtere delen zullen wegvliegen, de zaden vallen in de emmer. Als er geen wind staat, kan je een ventilator gebruiken of zelf blazen.
  • Label alles wat je oogst onmiddellijk. Noteer de plantnaam (zowel de wetenschappelijke als de Nederlandse naam) en de oogstdatum.
  • Laat geoogste zaden een aantal weken nadrogen op een warme, droge plek met een goede luchtcirculatie voor je ze verpakt.
  • Bewaar zaden droog, koel en donker, in een ademende verpakking (bijvoorbeeld een papieren zak).
  • Om mogelijke insectenplagen tegen te gaan, steek je zaden best minstens 24 uur in de diepvries.
  • De houdbaarheid van zaden verschilt van plant tot plant. Probeer zaad steeds zo vers mogelijk te gebruiken.